31jul/16

De viervoeter is logeren

De hond is uit logeren. De eerste keer. De eerste keer ben ik terug alleen. De eerste keer langer dan een paar uur. De eerste keer dat jij je vermaakt maar dat ik gewoon thuis zit. We zijn al anderhalf jaar, dag in dag uit samen, jij en ik. Ik neem je eigenlijk altijd overal mee naar toe. Soms kan je niet mee maar zien we elkaar dikwijls na paar uurtjes alweer terug.

Ik zet de voordeur open om het huis te laten doorluchten en automatisch kijk ik of jij niet wegloopt. Ik rij terug de woonkamer binnen en hoef voor het eerst niet op te passen dat ik de rolstoel over je pootjes rij. Ik voel geen natte neus tegen mijn hand of geen kwispelende staart tegen mijn arm wanneer ik mijn rolstoel voortduw. Ik doe de koelkast open, precies op een manier waardoor ik jou normaal gesproken de toegang tot al het lekkers blokkeer.

Ik rij terug naar de keuken en heb geen snuffelende hond naast me die nieuwsgierig naast me huppelt en snuffelend checkt wat ik voor lekkers op mijn schoot heb liggen en wat we gaan eten. Ik snij de groenten, laat wat vallen maar er is niemand die het van de vloer eet. Ik ga met het bord op schoot op de bank zitten. Op mijn plek. Ik neem een hap en hoef niet te waarschuwen dat je niet moet bedelen. Ik zie geen nieuwsgierige vragende oogjes in de hondenmand. Ik hoor geen snurkende hond. Ik kan mijn half leeggegeten bord gewoon op de bank laten staan, zonder dat ik jou likkebaardend weg zie sneaken als ik iets te drinken wil inschenken. Ik kijk naar jouw drinkbak. Oh nee, jij hoeft nu geen water. Niemand die tegen mij aan komt liggen en me dwingt om te aaien. Iemand gooit de autodeur dicht. Gewoonlijk kijk ik dan naar jou, als je naar de deur rent weet ik dat ik in actie moet komen.

De gedachte, hoe het ooit met mij zal gaan wanneer jij ooit gaat hemelen, probeer ik te blocken. Ik voel me nu al ontheemd. Ik ben verloren in mijn huis. Het is volgens mij precies dat gemis zoals ouders hebben wanneer ze hun kind voor het eerst naar school laten gaan. De klok zegt dat ik nog 23uur moet volhouden voordat jij op mijn schoot springt en me vriendelijk begroet met een lik. Ik krijg via whatsapp een foto. Jij vermaakt je prima en krijgt veel liefde!

image

08jul/16

Op reis, om te controleren of de wereld er nog is.

In een opschrijfboekje vind ik een oude notitie. De context weet ik niet meer, maar kennelijk was ik in een melancholieke stemming toen ik het opschreef: “Vakantiedromen – die hunkering naar ooit en ergens.”

Ik hoef maar een paar van die advertenties te zien of ik herken de roep van plekken waar ik nog nooit was, voel weer heimwee naar plekken waar ik ooit wél was, wil net als de betaalde figuranten op de reclamefoto’s schaterlachend overwinteren in de zonnige Carribean, wil flaneren over de Franse boulevard, op zoek naar mijn roots in Indonesië, ik wil dwalen door de smalle straten van Praag en limoncello drinken op een terras in Sicilië. De laatste jaren heeft die hunkering naar ooit en ergens wel last gekregen van de werkelijkheid van het hier en nu, dat wil zeggen de financiele en andere praktische gevolgen van de beperkingen die mijn leven met zich meebracht. Met een chaotische psyche en dito spieren, worden heel wat (vakantie)dromen onhaalbaar. De sirenenzang van de reisbranche is gaan klinken naar ‘de blues’, het lied van ‘jammer maar helaas’.

Ik raak er gelukkig niet gedurig van in mineur. Misschien kennen chronische ziektes wel als bijwerking: realisme, en is de enige manier om er goed mee te leven een doorvoeld besef van: het is niet anders. Dan maar geen Kilimanjaro of koraalrif of tempelstad. Ik zoek wel iets doenlijkers. Zo was het na een twaalf jaar vakantieloos bestaan, de Domburgse kust die mij de blues voor twee dagen eventjes deed vergeten. Een hunkeraar vindt altijd wel een ergens.

image