24nov/16

Koken geeft zin om te leven

Ik ben verliefd op lekkers. Mij vind je altijd overal waar het over lekker eten gaat; tussen de kookboeken, in restaurants en natuurlijk in mijn eigen keuken. Koken maakt me gelukkig. Koken is mijn grootste liefde. Koken geeft me rust op chaotische momenten, als ik verdrietig ben dan kun je me in de keuken vinden. Door koken weet ik mezelf altijd op de been te houden. Koken is altijd mijn rustpunt en het maakt me intens gelukkig om mooie en lekkere gerechten aan vrienden, familie en gasten voor te schotelen.

Ik worstel en struggel mijzelf de laatste tijd een beetje door de dagen heen. De kunst van single zijn is constant jezelf corrigeren. Niemand anders die het doet.

Ik mis mijn grootouders. Op momenten als deze verdween ik vroeger altijd een paar dagen naar Leeuwarden, daar kon ik mij terug opladen. Nu moet ik het alleen doen. Ik denk aan oma. Ik denk aan wat ze mij leerde: “De keuken is de plek die draait om voeding: voor je lichaam, je geest en je familie/vrienden. Het is de ruimte waar in overdrachtelijke zin de basis wordt gelegd voor de praktische organisatie van je leven en waar de kaders worden bepaald voor jezelf en de mensen om je heen.”

Ik weet weer wat ik moet doen. Ik geef mezelf een schop onder mijn kont. Hup, de keuken in. Sloof je maar eens flink uit met dat verrotte lijf van je.

De een laat zich tot rust brengen met een therapeutische massage, de ander komt uit de knoop met een accupunctuur behandeling of leeft zich uit in de sportschool. Het schillen, snijden, hakken, raspen en het roeren in pannen; koken, dat is voor mij, wat yoga is voor jullie!

Het begint al op de markt, de supermarkt of de toko, waar ik mijn vingertoppen over de ruwe huid van knollen, stengels en gewassen laat glijden. Soms ruik ik ergens aan terwijl ik eigenlijk al weet dat het geen geur heeft. Ik zie verse Thaise koriander liggen, ik ruik, wow, proberen!

Het snipperen van een ui stemt mij nederig. Ik vind het een taak van betekenis. Elke maaltijd die je zelf met verse ingredienten bereid, is een dikke middelvinger naar de boeven van de voedselverwerkende industrie. Ieder moment in de keuken is als het ware een kleine revolutie. Ik tegen het systeem. Het klinkt allemaal wat kneuterig, ik weet het. De held op sokken. Toch ben ik benieuwd wat er op het wereldtoneel gebeurt als iedereen zich bezig zou houden met het snipperen van uien. Dagelijks ben ik op kleine schaal iets aan het creeeren. Iets aan het opbouwen vanuit het niets. Iets aan het ontdekkken. Tijdens dit proces word ik omgeven en geprikkeld door een onuitputtelijke variatie geuren, kleuren en smaaksensaties.

Koken is volgens mij niet het strikt volgen van regeltjes. Koken is gestructureerd improviseren, met de nadruk op dat laatste. Natuurlijk, je moet weten hoe je moet roosteren, bakken, je moet productkennis hebben en weten waar je de goede spullen moet halen. Als je die basis eenmaal hebt, dan begint het spel waar ik zo van hou. Dat spel kent dan geen regels, maar wel een aantal voorwaarden. Simpelheid. Ik wil de ingrediënten herkennen die op mijn bord liggen. Maar eerst en vooral moeten ingrediënten vers zijn. De gehele tong moet geprikkeld worden met een goede verhouding in de smaaksensaties zoet, zout, bitter en zout. Tot slot moet er een mooie textuur zijn: iets chewiness, hardheid, gumminess, grainyness, dichtheid, reactie, sappigheid, droogte, de introductie, de viscositeit en/of vloeibaars.

Koken geeft mij zoveel rust waardoor ik plots nergens aan denk… dat gaat echt automatisch. Ik hou mijn mes vast en leg daar vervolgens de verse tenen knoflook neer en dan “plop” is het blanco in mijn hoofd. Ik kan jullie zeggen dat dat iedere keer een bijzonder unieke ervaring is voor iemand wiens gedachten altijd als een razende tekeer gaat.

Indische pasteitjes maken was deze week mijn missie. Met hier en daar een flinke woede-uitbarsting, tranen van verdriet en frustratie omdat mijn spieren niet deden wat ik van ze vroeg. Daar was dan mijn overgave om toch maar even de hulp in te roepen van twee paar sterke handen die mijn deeg wilden uitrollen. Bij de helpende hand van de man ging mijn overgave met veel innerlijke strijd en gekissebis. Bij de vrouwelijke helpende hand ging die overgave juist als vanzelf en liefdevol. Zwijgend samen genieten. De handigheid in het vullen en vouwen groeide gestaag naarmate ik meer en meer pasteitjes maakte. De pasteitjes vlogen de keuken uit naar de buurtjes en naar een lieve vriendin. Zij blij, en ik? Ik heb een ontplofte keuken, een kapot lijf en ik ben terug kalm. Ik ben gelukkig. Oma zou trots zijn.

11sep/16

15 jaar na 11 september 2001

De geschiedenis moest nog later op die dag gebeuren. Het academische jaar was begonnen. De dag begon als iedere andere: ik was al vroeg op het zogenaamde medialandschap alwaar ik onder flinke tijdsdruk aan mijn laatste dossiers Politicologie werkte voor nieuwe studiepunten voor de Lerarenopleiding Maatschappijleer. Zoals altijd krioelde het van de studenten maar het was mij gelukt om een computer te bemachtigen. Ik zat daar met een kop koffie en op het beeldscherm alleen maar Microsoft Word. Geen internet. Ik had mezelf die dag immers verboden om op internet te gaan omdat ik dan teveel afgeleid zou worden. Vreemd genoeg en in tegenstelling tot andere dagen was ik precies die dag zeer gedisciplineerd.

Ik sloot mij met succes compleet af van de wereld. Totdat mijn vriendin en studiegenote mij op de schouder tikte. Ik draaide mij om en zag iets in haar ogen wat ik van haar niet kende. Gehaast stotterde ze: “er is een vliegtuigje in wolkenkrabber in New York gevlogen. Verschrikkelijk.” Da’s lekker handig, was die piloot blind of zo?’ was mijn eerste spontane, achteraf totaal verkeerde reactie. Toch, zonder het tegen elkaar te zeggen, openden we gelijktijdig onze webbrowsers en probeerden tevergeefs cnn.com te bereiken.

Niemand begreep wat er aan de hand was. Plots dromden andere studenten rondom het kleine beeldtoestel in de hoek van het medialandschap. Geen beelden op die tv, nooit, alleen teletekst. Ik vond het maar bizar wat die studenten deden. Ik dacht nog iets als: “het zal wel weer een of andere rare studentikoze actie zijn ofzo. Kom op focus want je hebt nog maar een half uur om je dossiers af te ronden!”. Een kleine tien minuten later liep ik naar de printer en kwam langs dat tv’tje. Ik las teletekst. Er hing een rare sfeer in het gebouw, mensen keken elkaar wezenloos aan. Een onnatuurlijke stilte legde het werk lam. Pas na enige tijd werd er over gesproken, gespeculeerd. Die middag was de productiviteit plots laag. Niemand kon vermoeden dat die dinsdag een keerpunt was voor de wereld.

Ik moest naar huis. Nu. Ik moest weten wat voor verschrikkelijks er aan de hand was. Iedereen die ik in het openbaar vervoer tegen kwam zag er verslagen uit. Overal stonden groepjes mensen, liepen mensen gehaast met een Nokia 3310 in de hand om het thuisfront te horen, ietwat in paniek leek het wel.

Eenmaal thuis gekomen van je studie, krijg je dan, na aanvankelijk eerst teletekst gelezen te hebben en alleen radioberichten gehoord te hebben, de eerste televisiebeelden te zien. Pas dan realiseer je jezelf pas echt hoe erg het is. Ik zag dat er rook uit een van de Twin Towers kwam, maar er was geen vliegtuig te bekennen. Ik dacht op dat moment nog steeds geen moment aan een terroristische aanslag. Pas toen er nog een vliegtuig aankwam en zich in de 2e toren boorde, wist ik dat er iets verschrikkelijk mis was. Vanaf dat moment loop je ook eigenlijk niet meer bij die televisie weg, je blijft aan de buis gekluisterd. Je denkt bij jezelf “Hoe kan dit?” En nog steeds….15 jaar na dato….blijven die beelden niet te bevatten, het is nog steeds niet te begrijpen. Het leek alsof de tijd stil stond en de samenleving naar een apocalyptische film stond te kijken. Dergelijke beelden waren we gewend te zien van Hollywood films en het drong niet door dat we iets van de werkelijkheid meemaakten.

Mijn moeder stond in de keuken, ik moest de hond uit laten. Broertje en zusje speelden samen. Alles ging gewoon door. Vertrouwd. Voor het eerst die dag voelde ik me rustiger worden, juist doordat ik terug in mijn vertrouwde wereldje was. Onvoorstelbaar dat het mogelijk was om je zo nu en dan compleet af te sluiten van de wereld dat in brand stond. Ik weet nog dat een gevoel van opluchting mij overviel toen ik eindelijk samen met mijn ouders, broertje en zusje aan tafel zat voor het diner. Ik woonde destijds in Gilze Rijen, alwaar een militair vliegveld is gelegen. Werkelijk bij iedere vliegtuig of helikopter die overvloog voelde ik de adrenaline in mijn lijf pompen en stond ik steeds weer op om naar buiten te kijken. Zo begon de 21e eeuw: de strijd tussen westen en oosten, tussen humaniteit en barbarij.

Na de aanslagen in New York is er heel veel gebeurd. Maar is er nu ook iets veranderd? Vloeistoffen en gels zitten in verpakkingen van maximaal 100 ml”, vijftien jaar geleden had je deze instructies waarschijnlijk bizar gevonden. Maar tegenwoordig is het gewoon -voor mensen over de hele wereld- nog altijd voelbaar.

Als ik een lijstje ga maken van Afganistan, Irak, Mali, Libië, Syrië, Molenbeek, Parijs en Brussel doe ik nog zoveel mensen die lijden aan onrecht op andere plaatsen tekort. En niet alleen mijn generatie maakt dat allemaal mee. Het zien en horen van ellende is niet beperkt tot een bepaalde generatie of een bepaalde periode in de geschiedenis.

Hell, I still love you, New York